Onze Begunstigers:

 

 

 

 

 

logominnaar

 

 

 

 

 

 

Hier kan

uw logo of

tekst staan (4)

 

 

 

Hier kan

uw logo of

tekst staan (6)

 

 

Waaierrijden (deel 1)

 

Inleiding
Wanneer we rondkijken bij toertochten, cyclo's en andere wielerevenementen dan zien we al snel dat de kennis van het efficiënt in een snellere groep fietsen niet bij alle fietsclubs even sterk aanwezig is. In wat langzamer rijdende gezelschappen is dat geen bezwaar. Daar verbeter je je conditie door vóór elke bocht eens even flink in de remmen te knijpen en in de bocht de benen stil te houden zodat jij en vooral degenen achter jou vervolgens weer een mooi gaatje dicht kunnen rijden.
Dat blijft - voor velen overigens ongemerkt! - een prachtige vorm van intervaltraining. Bovendien wordt in deze groepen doorgaans keurig twee aan twee gereden, met weinig wisselingen aan kop. Ook aan deze vorm van samen fietsen valt weliswaar veel te verbeteren, maar dat valt buiten het bestek van deze pagina.

In een snellere groep echter gaat het om fietsers (m/v) die groepsgewijs zo slim mogelijk proberen om te gaan met het grootste obstakel onderweg: de luchtweerstand. Het gaat om fietsers die letterlijk en figuurlijk vóór elkaar fietsen. Op deze pagina en op de pagina Waaier rijden (deel 2) wordt aandacht geschonken aan de theorie en de praktijk van het rijden in waaiers.
Een waaier is de formatie van een groep renners die al dan niet schuin achter elkaar fietsen om elkaar tegen (zij)wind te beschermen.

Met name de techniek van de dubbele waaier blijkt niet overal bekend te zijn en om die goed te kunnen toepassen is het noodzakelijk dat iedereen in de groep weet hoe dat gaat. Want als alle deelnemers weten hoe het werkt dan kun je met dubbel zo grote groepen op smalle wegen en fietspaden "in de waaier" en zullen er minder mensen hoeven af te vallen.

In het tweede deel wordt ook - kort - aandacht geschonken aan het gebruik van de wind wanneer men niet vóór maar juist tégen anderen rijdt.

 

Wind

Op een fiets ervaar je wind. En het waait eigenlijk altijd, want als er geen wind staat dan maak je zelf wind doordat je beweegt. Alleen wanneer je jezelf verplaatst in dezelfde richting en met dezelfde snelheid als de omringende lucht ervaar je - al fietsend - windloosheid. Maar zodra je een bocht om gaat steekt de wind weer op.

 

Groepsgewijs zo slim mogelijk omgaan met de luchtweerstand, hoe doe je dat?

Allereerst door te bepalen uit welke hoek de wind waait. Op een lange rechte weg hoef je dat in beginsel maar één keer te bepalen. Maar wat als het parcours erg bochtig is? De voorste rijder moet dan bij elke bocht opnieuw bepalen waar hij na de bocht moet rijden om de ploeggenoten zo veel mogelijk luwte te bieden. Een nuttige vuistregel is: stuur met de bocht mee, maar minder scherp dan de bocht in de weg zelf is.

Een voorbeeld: de wind komt van rechtsvoor, de voorste rijder rijdt dan uiteraard helemaal rechts van de weg. Er komt een haakse/scherpe bocht naar rechts. Wat doet de voorste rijder dan? Die maakt ook een bocht naar rechts, maar minder scherp: hij laat zich - mits de verkeerssituatie het toelaat!!! - als het ware een beetje de bocht uitzeilen zodat hij na de bocht zo veel mogelijk links op de weg rijdt. Na de haakse bocht komt de wind immers niet meer van rechtsvoor maar van linksvoor.

In zeiltermen: je gaat dóór de wind en de voorste fietser (de boeg van de boot) zoekt de wind op.

 

De enkele waaier

Zoals hierboven al is aangegeven, is een waaier de benaming voor de formatie die een groep renners aanneemt om zo de windweerstand zo klein mogelijk te maken wanneer die wind (schuin) van voren komt.

We spreken van een enkele waaier wanneer een aantal renners (m/v) op één lijn (schuin) achter elkaar fietst. Hoe méér de wind van voren komt hoe rechter ze achter elkaar rijden; hoe méér de wind van opzij komt hoe verder ze naast elkaar kruipen. De voorste rijder fungeert als windbreker voor de anderen en beschermt de anderen tegen die wind.
Dit is het "uit-de-wind-zetten". Dat maakt het rijden op kop zwaar, zeker in verhouding tot de andere plaatsen in de rij. Wanneer d
e koppositie in een groep rouleert, wordt de arbeid in min of meer gelijke mate over de verschillende renners gespreid. Dit laatste is weliswaar een ongeschreven wielerwet, maar uit tactisch oogpunt (het sparen van energie) pogen sommigen zich aan deze verplichting te onttrekken.

Een onderdeel van het wielrennen waar het rijden in waaiers een grote rol speelt is de ploegentijdrit.

 

waaier00

De enkele waaier in een ploegentijdrit


Hoe verloopt zo'n wisseling aan kop?

Zodra je vindt dat je op kop genoeg gedaan hebt, geef je een seintje door je elleboog aan de kant waar de volgende rijder zit even naar buiten te bewegen en terug.

In wielertermen: u geeft de kop af. Nadat je dit sein gegeven hebt, trap je rustiger door zodat de rest je kan passeren zonder dat men hoeft te versnellen.

Maar let op: verwar dit sein van de kopman niet met de beweging die iemand maakt wanneer hij/zij even onder zijn/haar arm doorkijkt om te zien of er nog iemand bij hem/haar in het wiel zit!

 waaier01  waaier02
 1. Beginsituatie: nr.1 rijdt in de wind.   2. Nr. 1 laat zich zakken aan de windzijde,
     nr. 2 komt in de wind,
     nrs. 1 en 2 rijden nu in de wind.


Zeker als de groep wat groter is moet je op kop bij zijwind (en dat is meestal het geval) op het uiterste randje van de weg - of van je weghelft als je te maken heeft met (kans op) tegenliggers!!! - gaan rijden zodat er voor zo veel mogelijk leden van de groep ook nog ruimte is om schuin naast zijn/haar voorganger te rijden en men niet - onbedoeld in dit geval - op het kantje gezet wordt.


Met die laatste uitdrukking - op de kant zetten - bedoelen we dat een rijder niet meer ín maar achter de waaier moet plaatsnemen, in de volle zijwind, en dus niet kan profiteren van de luwte van de waaier.

Als de wind recht van voren komt rijd je wat verder uit de kant. De voorste zal namelijk, als hij zich laat zakken, ruimte moeten maken door iets opzij te sturen (op de openbare weg uiteraard naar rechts) zodat de volgende in een rechte lijn naar de koppositie fietst.

Als de wind van opzij komt, zakt de voorste in eerste instantie recht naar achteren en degene die overneemt stuurt geleidelijk naar de wind toe. Als - nieuwe - koprijder zoekt hij de wind op. Bij het verder naar achteren afzakken zorg je ervoor dat je dicht tegen de waaier aankruipt. Daarmee geef je extra luwte aan de overige leden van de groep en zorg je ervoor dat het gat dat je moet overbruggen bij het weer aanpikken in het achterste wiel niet te groot wordt.

 

Dat aanpikken is een kritiek moment: je komt - vermoeid - van kop, zakt met iets teruglopende snelheid naar achteren en moet op tijd weer gas geven om het achterste wiel te pakken. In een goed op elkaar ingespeelde ploeg is dat geen probleem. Op kop zal op dat moment zeker niet versneld worden. In sommige groepen wordt afgesproken dat de koprijder het tempo zelfs een fractie laat zakken totdat hij van achteren een seintje heeft gekregen. Dit gaat weliswaar een klein beetje ten koste van de snelheid van de groep, maar er wordt veel (kostbare) energie gespaard.

 

 waaier03  waaier04
 3. Nr. 1 sluit achter aan,
     nr. 2 rijdt in de wind.
 4. Nr. 2 laat zich zakken,
     nr. 3 komt in de wind,
     nrs. 2 en 3 rijden nu in de wind.


Dus als je op kop komt dan houd je het tempo van je voorganger aan. Zou je versnellen dan is dat heel vervelend voor de rest van je groep en zeker voor degene die net van kop is gekomen en achteraan moet aanhaken.

Ook voor dit versnellen als je op kop komt heeft de wielerwereld een woord: snokken. Een ongeschreven wet in toergroepen is: nóóit snokken!

Dat is natuurlijk anders wanneer je groep even om het hardst rijdt, bijvoorbeeld in de sprint naar een plaatsnaambordje of het hoogste punt van een helling, dan is snokken zeker wel toegestaan. En dan liefst zo hard dat je de rest meteen lost!

 

 waaier05  waaier06
 5. Nr. 2 sluit achter aan,
     nr. 3 blijft in de wind.
 6. Nr. 3 laat zich zakken,
     nr. 4 komt in de wind,
     nrs. 3 en 4 rijden nu in de wind.


Een enkele waaier is aan te bevelen als de groep erg ongelijk van kracht is. De sterkste kan dan het leeuwendeel van het kopwerk doen. Niet door harder te rijden, maar door langer op kop te blijven. De zwakste blijft in het laatste wiel of wordt - in voorlaatste positie - geduwd, want ook dat komt in de beste wielerkringen voor!

Ook als er onrust veroorzakende factoren zijn, bijvoorbeeld bij de combinatie van een harde tegenwind met een bochtige weg (zodat de groep steeds door de wind moet), of met veel ander verkeer en/of allerlei verkeersbelemmerende obstakels, heeft een enkele waaier de voorkeur.

 

 waaier07
 7. Nr. 3 sluit achter aan,
     nr. 4 blijft in de wind, enzovoort.


Samengevat

Bij het "kop afgeven" beweeg je als sein je elleboog aan de kant waar de volgende rijder moet overnemen even naar buiten en weer terug.
Bij wind van voren stuur je van de groep af in een veilige richting waarna je je laat afzakken en het laatste wiel pakt. Bij een waaier zak je recht naar achteren af, zodat je je achterliggers niet hindert. Daarna kruip je bij het verder afzakken wat tegen de waaier aan om niet teveel van het laatste wiel af te zitten. Ook houd je op deze manier nog wat andere renners uit de wind omdat jij in de wind afzakt. Daarna is het: aanpikken en in het wiel blijven! En voor de overnemer ... verboden te snokken!
Overnemen is dus niet: harder gaan rijden, overnemen is dat de kop zich laat uitzakken en de overnemer in hetzelfde tempo doorrijdt.

En nogmaals: deze verrichtingen doe je alleen als de verkeerssituatie het toelaat!



ploegentijdritZó gaat 'ie goed!

 

In Waaier rijden (deel 2): o.a. de dubbele waaier en de mongolenwaaier.

 

In Waaier rijden (deel 3) - alleen toegankelijk voor leden - staat een uitgebreide uitleg over de ontwikkeling van de luchtweerstand binnen groepen renners. Met o.a. een verklaring over wat de beste plek in een groep is en waarom.

 

Auteursrechten e.d.

 

Buienradar

 

 

 

Bezoekers

We hebben 37 gasten en geen leden online